Vitamine B6 Veiligheidskwestie

Biologische Behandelingen voor Autisme en PDD

Het gebruik van vitamine B6, magnesium in de behandeling van autistische kinderen en volwassenen door Bernard Rimland Ph.D

12.1 Vitamine B6 (en magnesium) in de behandeling van autisme
Uit het Autisme Research Review International, Volume 1, no.4

Alle 18 studies die mij bekend zijn waarin vitamine B6 werd geëvalueerd als behandeling van autisme hebben positieve resultaten gegeven en er zijn geen belangrijke bijverschijnselen gerapporteerd in enige van de studies. Dit is een tamelijk bijzonder record voor doeltreffendheid en veiligheid, omdat veel medicijnen die voor de behandeling van autisme zijn onderzocht zeer onregelmatige resultaten te zien gaven en alle medicijnen dragen het risico van serieuze bijverschijnselen. Als een medicijn positieve resultaten oplevert in ongeveer de helft van de beoordelende studies, wordt dit als succesvol beschouwd en wordt de medicijn bepleit voor gebruik met autistische patiënten. Echter, ondanks de opmerkelijke consistente bevindingen in het onderzoek naar het gebruik van vitamine B6 in de behandeling van autisme, en ondanks zijn veel grotere veiligheid dan enige van de medicijnen, die voor autistische kinderen worden gebruikt, zijn er op dit moment weinig geneesheren die het gebruik ervan bepleiten in de behandeling van autisme voor kinderen.

Onderzoek naar het gebruik van vitamine B6 met autistische kinderen begon in de jaren 1960. In 1966 rapporteerden twee Britse neurologen, A.F. Heeley en G.E. Roberts, dat 11 van de 19 autistische kinderen abnormale metabolieten uitscheidden in hun urine toen hen een tryptophan load test afgenomen werd. Door deze kinderen een enkel 30 mg tablet vitamine B6 te geven normaliseerde hun urine; echter, er werden geen gedragsstudies gedaan. Een Duitse onderzoeker, V.E. Bonisch, rapporteerde in 1968 dat 12 van de 16 autistische kinderen aanzienlijke gedragsverbetering hadden getoond toen hen hoge dosesniveaus (100 tot 600 mg per dag) vitamine B6 werd gegeven. Drie van Bonisch’s patiënten spraken voor de eerste keer nadat het vitamine B6 werd toegediend in deze open klinische test.

Nadat mijn boek ‘Infantile Autism’ in 1964 was gepubliceerd, begon ik honderden brieven van ouders van autistische kinderen te krijgen van overal uit de Verenigde Staten, waaronder ook van een aantal, die het toen nieuwe idee van ‘megavitamine therapie’, hadden geprobeerd met hun autistische kinderen. De meeste waren met experimenteren met hun autistische kinderen begonnen met diverse vitaminen als gevolg op het lezen van boeken van populaire schrijvers over voedsel. Ik was aanvankelijk tamelijk sceptisch ten aanzien van een merkbare verbetering zoals door sommige van deze ouders werd gerapporteerd, maar naarmate het bewijs toenam, werd mijn interesse gewekt. Een vragenlijst die naar 1000 ouders was gestuurd die toen op mijn adressenlijst stonden, onthulde dat er 57 met grote doses vitamine geëxperimenteerd hadden.

Velen daarvan hadden positieve resultaten bij hun kinderen te melden. Dientengevolge ondernam ik een studie op grote schaal, op meer dan 200 autistische kinderen, met megadoses hoeveelheid vitamine B6, niacinamide, panthotenic zuur en vitamine C, samen met een multivitamine tablet dat speciaal voor deze studie was ontwikkeld. De kinderen woonden bij hun ouders in heel de VS en Canada. Wij vereisten dat ieder kind medisch zou worden gevolgd door de eigen dokter van de familie. (Meer dan 600 ouders hadden vrijwillig voor de studie geopteerd, maar de meeste konden het scepticisme van hun arts niet doorbreken).

Aan het eind van de viermaandse proef was het duidelijk dat vitamine B6 de belangrijkste van de vier vitamines was die wij hadden onderzocht en in sommige gevallen leidde dit tot opmerkelijke verbetering. Tussen 30 en 40% van de kinderen toonde belangrijke verbeteringen toen hen vitamine B6 gegeven werd. Een klein aantal van de kinderen toonde beperkte bijverschijnselen (irritatie, geluidsgevoeligheid en bedwateren), maar deze trokken snel weg als hen additioneel magnesium gegeven werd. Het magnesium nam niet alleen de bijverschijnselen weg, maar bracht vaak zelfs meer verbetering in spraak en gedrag.

Twee jaar later ondernamen twee collega’s en ikzelf een tweede experimentele studie naar het gebruik van megavitamine therapie op autistische kinderen, deze keer met een concentratie op vitamine B6 en magnesium. Mijn twee co-onderzoekers waren professor Enoch Callaway van de University of California Medical Center in San Fransisco en Pierre Dreyfus van de University of California Medical Center in Davis. Het dubbelblind placebo-gecontroleerde overkruisende experiment gebruikte 16 autistische kinderen en presteerde opnieuw statistisch significante resultaten. Voor de meeste kinderen lagen de B6 doseringsniveaus tussen 300 mg en 500 mg per dag. Enige honderden mg/dag en magnesium en een multiple B-tablet werden ook gegeven, ter bescherming tegen de mogelijkheid van door B6-geïnduceerde tekorten van deze nutriënten In beide studies toonden de kinderen een aanmerkelijk breed bereik van voordelen van de vitamine B6. Er was beter oogcontact, minder zelfophitsend gedrag, meer interesse in de wereld rondom hen, minder woede-uitbarstingen, meer spraak en in het algemeen werden de kinderen normaler, ofschoon ze niet geheel genezen werden.

Mensen variëren enorm in hun behoefte aan B6. De kinderen die verbetering toonden onder B6, verbeterden omdat zij de extra B6 nodig hadden. Autisme is dus in veel gevallen een vitamine B6 afhankelijk syndroom.

Nadat hij zijn aandeel in onze studie had afgerond, bezocht professor Callaway Frankrijk, waar hij professor Gilbert LeLord en diens collega’s overhaalde om aanvullend B6/magnesium onderzoek te doen op autistische kinderen. De Franse onderzoekers, ofschoon sceptisch dat zoiets onschuldigs als een vitamine, een stoornis die zo diepgaand was als autisme, zou kunnen beïnvloeden, werden gelovers na hun eerste, aarzelend ondernomen, experiment op 44 gehospitaliseerde kinderen. Sindsdien hebben zij een aantal aanvullende studies op autistische kinderen en volwassenen uitgevoerd om het gebruik van vitamine B6 te evalueren, met en zonder toevoeging van magnesium. Hun studies gebruikten typisch zoveel als een gram per dag vitamine B6 en een halve gram magnesium.

LeLord en zijn collega’s maten niet alleen het gedrag van de autistische kinderen, maar ook hun uitscheiding van homonvanillic zuur (HVA) en andere metabolieten in de urine. Aanvullend deden zij enige studies waarin het effect van vitamine B6 en/of de magnesium op de elektrische activiteit van de hersenen van de patiënten werd geanalyseerd. Al deze studies gaven een positief resultaat. Lelord et al. hebben recentelijk hun resultaten opgesomd van 91 patiënten: 14% verbeterde aanmerkelijk, 33 % verbeterde; 42 % toonde geen verbetering en 11% verslechterde. Zij gaven aan dat ‘in al’ onze studies, er geen neveneffecten werden waargenomen. Waarschijnlijk werden geen lichamelijke bijverschijnselen waargenomen.

Terwijl geen patiënt is genezen met de vitamine B6 en magnesium behandeling, zijn er veel gevallen waarin opmerkelijke verbetering werd bereikt. In een van die gevallen stond een 18-jarige autistische patiënt op het punt om uit de derde psychiatrische ziekenhuis in zijn stad te worden gezet. Zelfs massieve hoeveelheden medicijnen hadden geen effect op hem en hij werd beschouwd als te gewelddadig en bedreigend om hem in het ziekenhuis te houden. De psychiater probeerde de B6/magnesium benadering als een laatste redmiddel. De jongeman kalmeerde zeer snel. De psychiater rapporteerde op een ontmoeting dat zij recentelijk de familie had bezocht en van de jongeman had vastgesteld dat hij nu een plezierige en gemakkelijke meegaande jonge autistische persoon was die zong en op zijn gitaar voor haar speelde.

Met het oog op de constante bevindingen die de veiligheid en de doeltreffendheid van de nutriënten B6 en magnesium tonen in de behandeling van autistische individuen, en met het oog op de onvermijdelijkheid van korte en lange termijn effecten van medicijngebruik, lijkt het beter eerst deze veilige en rationele benadering te volgen voordat medicijnen worden ingezet.

Zie ook de vorige pagina over Vitamine B6