De definitie van autisme breidt zich uit tot mildere stoornissen
Een paar decennia geleden, zouden de mensen waarschijnlijk gezegd hebben dat autistische kinderen enkel bizar waren. Of moeilijk.
Autisme schijnt toe te nemen: uit de recentste raming blijkt dat wel één op 150 kinderen één of andere vorm van deze aandoening heeft, autisme is hiermee de "snelst groeiende ontwikkelingsstoornis".
Maar vele deskundigen zeggen dat het asociale gedrag ongeveer even erg is als 30 of 40 jaar geleden. De recente verhoging van gevallen schijnt meestal door een verbetering te komen van de speciale onderwijsdiensten voor autistische kinderen en door een overeenkomstige verschuiving in wat de artsen als autisme diagnosticeren.
Autisme is altijd gediagnostiseerd door te oordelen over het gedrag van een kind; er zijn geen bloed- of biologische tests. Decennia lang werd de diagnose slechts gegeven aan kinderen met ernstige taal- en sociale gebreken en ongebruikelijk repetitief gedrag.
Vele kinderen met ernstig autisme slaan zichzelf of anderen, spreken niet of nauwelijks en maken geen oogcontact. In de jaren ‘90 werd de definitie autisme uitgebreid, en autisme is nu de afkorting voor een groep mildere, verwante aandoeningen die als "autismespectrum" worden omschreven.
Het autismespectrum omvat ondermeer het Syndroom van Asperger en Pdd-nos (Pervasieve Ontwikkelingsstoornis Niet Anders Omschreven - Pervasive Developmental Disorder - Not Otherwise Specified).
Daarvoor werden kinderen met autisme meegeteld in andere categorieën zoals geestelijke stoornissen, veertien jaar geleden werd slechts 1 op 10.000 kinderen gediagnostiseerd met autisme, dit nam geleidelijk toe tot de huidige schatting van 1 op 150.
Sommige onderzoekers stellen dat autismediagnoses toegenomen zijn, terwijl de diagnoses van andere milde geestelijke stoornissen zijn gedaald.