Buitengewoon onderwijs

Het buitengewoon onderwijs is erop gericht een aanbod te realiseren dat aangepast is aan de opvoedings- en onderwijsbehoeften van leerlingen met een handicap. Ze hebben tijdelijk of permanent speciale hulp nodig. Het is de bedoeling de leerling te integreren in het onderwijsmilieu enerzijds en in de maatschappij anderzijds.

Men onderscheidt:

De structuur van het buitengewoon onderwijs bestaat, zowel op basis- als op secundair niveau, uit acht types, aangepast aan de behoeften van de leerlingen:

  • type 1: voor leerlingen met lichte mentale handicap (niet voor kleuteronderwijs);
  • type 2: voor leerlingen met matige of ernstige mentale handicap;
  • type 3: voor leerlingen met ernstige emotionele en/of gedragsproblemen;
  • type 4: voor leerlingen met een fysieke handicap;
  • type 5: voor (langdurig) zieke leerlingen;
  • type 6: voor leerlingen met een visuele handicap;
  • type 7: voor leerlingen met een auditieve handicap;
  • type 8: voor leerlingen met ernstige leerstoornissen (niet voor kleuter- en secundair onderwijs).

Op het niveau van het buitengewoon secundair onderwijs worden ook vier opleidingsvormen georganiseerd. Hierin kunnen leerlingen uit verschillende onderwijstypes worden samengebracht. Elke opleidingsvorm voldoet aan welbepaalde doelstellingen:

  • opleidingsvorm 1: een sociale vorming geven met het oog op integratie in een beschermd leefmilieu;
  • opleidingsvorm 2: een algemene en sociale vorming geven met het oog op integratie in een beschermd leef- en werkmilieu;
  • opleidingsvorm 3: een sociale en beroepsvorming geven met het oog op integratie in een gewoon leef- en werkmilieu;
  • opleidingsvorm 4: een voorbereiding geven op een studie in het hoger onderwijs en op de integratie in het actieve leven.

Het geïntegreerd onderwijs (GON), d.w.z. het opvangen van kinderen of jongeren met een handicap in de gewone school met de hulp van deskundigen uit het buitengewoon onderwijs, geraakt in Vlaanderen meer en meer ingeburgerd. Het gaat hier meestal om motorisch, visueel of auditief gehandicapte kinderen.

Ongeveer 4% van de totale schoolbevolking volgt buitengewoon onderwijs.